De Maan

bloem2.jpg

De maan, laag aan de hemel,
alsof hij op de daken ligt.
Rustend onder het deken van de nacht,
al wachtend op het ochtendlicht.

De maan is maar een bofferd.
Hij heeft al zijn vriendjes om hem heen.
Het zijn de mooie fonkelende sterren,
die laten hem ’s nachts nooit alleen.

Dan wordt de zon wakker,
strekt zich uit en geeft een gaap.
“Jeetje, is het al zo laat,
maar ik heb nog zo’n slaap...”

Hij gaapt nog een keer
en wrijft de slaap uit zijn ogen.
O, wat zou hij zich nog eens graag omdraaien,
als dat toch eens zou mogen...

Nu geen getreuzel meer,
het is nu echt tijd om op te staan.
Anders is de zon te laat,
de dag komt er al weer aan.

Elke ochtend komt dag naar zon,
om samen op pad te gaan.
Zij zijn ook altijd samen,
net als de sterren en de maan.

Als de zon moe is en slapen gaat
en de dag ook gaat rusten.
Doen ze de lichtjes op de wereld uit
en zeggen ze elkaar welterusten.

De maan en de sterren zijn er dan weer,
al zwevend boven de daken.
Zij blijven er de hele nacht
om over de slapende aarde te waken.